Civiel recht
Grondrecht
De grondrechten zijn vastgelegd in de grondwet. Ze zijn te onderscheiden in klassieke en sociale grondrechten en zijn terug te vinden in hoofdstuk 1 van de grondwet. In artikel 1 t/m 17 van dit hoofdstuk zijn de klassieke grondrechten beschreven, artikel 18 t/m 23 is ingericht voor de sociale grondrechten.

Klassieke grondrechten zijn de grondrechten die allang aanwezig zijn, sociale grondrechten zijn pas later gedefinieerd. Bij klassieke grondrechten gaat het om zaken waarbij de overhied zich moet onthouden en bij sociale grondrechten wordt juist overheidsoptreden verwacht.

Een klassiek recht is bijvoorbeeld de vrijheid van godsdienst. Dit betekent dat de overheid de bevolking niet mag dwingen een godsdienst te volgen. Ook een godsdienst verbieden behoort niet tot de mogelijkheden.
Grondrechten
Een voorbeeld van een sociaal grondrecht is het recht op werkgelegenheid. Dit betekent dat de overheid haar best moet doen om voldoende werkgelegenheid voor de bevolking te creëren. De overheid moet sociale grondrechten dus bevorderen met beleid. Meestal gaat het om intenties of politieke idealen. Klassieke grondrechten kunnen afgedwongen worden, sociale grondrechten kunnen niet afgedwongen worden omdat ze afhankelijk zijn van meerdere factoren.

De beperking van een grondrecht begint volgens het liberale gedachtegoed daar waar de vrijheid van een ander persoon begint. Er zijn bij grondrechten dan ook beperkingen genoteerd. Zoals bij het recht van vereniging: ‘Dit recht kan beperkt worden in het belang van de openbare orde’. De vrijheid van vereniging geldt bijvoorbeeld ook niet voor criminele organisaties. Er zijn ook grondrechten die met elkaar botsen zoals het verbod op discriminatie met de vrijheid van meningsuiting.