|
|
|
Erfrecht
|
|
Erfrecht is een onderdeel van het burgerlijk recht dat de erfopvolging regelt. Erfopvolging betekent dat de erfgename de erflater of overledene opvolgt in diens positie. Bezittingen en schulden worden na het aanvaarden van de erfenis eigendom van de erfgenaam.
In Nederland is het erfrecht geregeld in deel 4 van het Burgerlijk Wetboek. Er zijn twee manieren om erfgenaam te worden, door versterf of door uiterste wilsbeschikking. Bij erfopvolging door versterf wordt de erfgenamen bepaald door de familieband.
|
|
Er is een uitgebreide regeling in de wet voor wie de erfgenamen bij versterf zijn.
Er zijn vier groepen bij erfgenamen door versterf.
- Groep 1 bestaat uit partner en kinderen.
- Groep 2 zijn de ouders, broers en zusters van de erfgename.
- Groep 3 bestaat uit de grootouders van de overledene.
- Groep 4 bestaat uit de overgrootouders.
De eerste groep komt het eerst in aanmerking voor de erfenis. Als er iemand uit die groep is overleden komen zijn kinderen daarvoor in de plaats.
Bij erfopvolging door uiterste wilsbeschikking wordt het wettelijk stelsel doorbroken door middel van een testament. Een notaris is meestal de opsteller van een testament.
Hoewel bij het opstellen van een testament de wettelijke regeling terzijde wordt geschoven is er ten aanzien van kinderen een aanzienlijke beperking. Kinderen kunnen wel worden onterfd, maar hoeven zich daar niet bij neer te leggen.
Kinderen hebben recht op hun legitieme portie, daar kunnen ze altijd aanspraak op maken ook al zijn ze onterfd. Die legitieme portie kan ook uitgesteld worden totdat de partner van de opsteller van het testament is overleden. De kinderen dan pas na de dood van die partner hun legitieme portie opeisen.
|
|
|
|
|
|